FYLGJUR Wilderness First Aid & Survival

Duurzaam verplaatsen
dinsdag 1 januari 2013

laro 110
Liften
In mijn jonge jaren en studententijd, voor de invoering van de OV- studentenkaart bewoog ik mij door Nederland, Europa en daarbuiten vooral liftend of met de Interrail-pas in de zomervakanties.

Heel eenvoudig, goedkoop onderweg, langs drukke wegen en verlaten landweggetjes, uren wachtend of bij toeval, gelijk mee en snel op mijn bestemming, en in contact met de meest uiteenlopende mensen in oude wrakken, glimmende bolides, burgerauto’s, vrachtwagens en wat dies meer zij.Ik had geen rijbewijs, daar was ik toen ‘principieel’ op tegen, ik vond het vervoer maar vervuilend en maakte er natuurlijk wel dankbaar gebruik van. Later kwam ik daarop terug, vooral om praktische redenen.

Laro‘s
Ruim twaalf jaar terug reed ik in oude militaire Landrovers, omdat ik het mooi en stoer vond en het toen goed paste bij mijn nieuw zelf gevormde imago.
Een man die trainingen geeft in wilderness first aid en survival. Dan kun je moeilijk in een burger autootje verschijnen. Praktisch was het zeker wel, ik kon alle mogelijke materialen meenemen, zonder me te bekommeren om mijn lak.
Ik kon erin slapen, reizen, koken. Robuust en lomp, de ideale auto om de natuur van Noorwegen, Zweden en de stedelijke jungle mee te doorkruisen.
Het rijden in zo’n gevaarte (twee ton) bleek wel een aanslag op mijn portemonnee en schoon was het evenmin.
Zwarte rookpluimen van de diesel werden zichtbaar wanneer ik optrok in mijn tweede en derde versnelling. Harder dan 100 km was er eigenlijk sowieso niet bij.
Dat scheelde wel verkeersboetes, maar over de Autobahn in Duitsland of in de Alpenlanden was dat dan weer levensgevaarlijk tijdens het inhalen van nog langzamer verkeer. In de straat voor mijn deur vormden zich al gauw kringen van motorolie uit de cardanas en de motor.
‘Zweten’ noemen wij ingewijden dat eufemistisch. Vervuiling is een beter woord.
Op een gegeven moment was ik het zat, toen ik voorbij de van Brienenoordbrug over de Maas weer eens stil was komen te staan. Met zo’n oude auto weet je het nooit, te pas en te onpas stond ik stil en kon ik er weer in klauteren om het euvel te verhelpen.
Ik verzocht de berger om mijn Laro af te voeren naar een garage in de buurt en sindsdien was ik genezen van het rijden in oude Landrovers, hoewel mijn hart vaak nog sneller klopt als ik een mooi opgetopt expeditie-exemplaar voorbij zie rijden.

Huren
Daarna heb ik nog een paar jaar in een gewone burgerauto gereden, die mij verder en sneller op de plaats van bestemming bracht en waar ik karrenvrachten materiaal in kon vervoeren en ook in kon slapen, daar had ik dus geen Landrover meer voor nodig.
Toen stuitte ik op ‘Greenwheels’ en heb ik in verschillende perioden (tot op heden) dankbaar gebruik gemaakt van dit systeem, waarbij je een abonnement afsluit en bij jou in de buurt via hun site kunt zien of er een auto beschikbaar is voor de tijd die je nodig hebt. Dat werkt meestal goed en tegelijkertijd vind ik het een kostbaar systeem. Er kleven dus ook nadelen aan, vermoedelijk werkt het systeem niet goed buiten de stad, en is het heel duur wanneer je een aantal dagen weg wilt blijven. Bovendien kun je zo’n auto niet huren en deze inleveren in een andere plaats. Dat zou pas echt mooi zijn. Het denken over bezit en het hebben van materie zet me al lang aan het denken.

Delen
Er is mijns inziens niets tegen om dingen te bezitten, maar rijden in een auto is een kostbare aangelegenheid. Je betaalt voor de auto, brandstof, wegenbelasting, parkeergelden, onderhoud, vervanging en de noodzakelijke verzekeringen.
En dat is dan meestal niet het enige dat je aan kosten hebt in je leven. In feite hoef ik niet veel zelf te bezitten, naast mijn persoonlijke zaken en datgene waar ik mij gelukkig bij voel en wat mij dierbaar is.
Dat ligt natuurlijk voor ieder mens anders.
Met auto’s leek dat tot voor kort een moeilijk op te lossen probleem.

Harry Starren, voorheen directeur van De Baak, hoorde ik een tijd terug op BNR-radio spreken over de vraag hoe het kan dat veel transport over de weg leeg transport is. Van A naar B wordt er geladen, maar voor de terugweg is er blijkbaar nog geen intelligent systeem ontwikkeld om lege vrachtwagens te bevrachten, daarmee het vervoer te optimaliseren, de uitstoot van uitlaatgassen en de hoeveelheid fossiele brandstof te reduceren. Dat is een kwestie van tijd.

En tot mijn grote verrassing was daar ineens SnappCar, een bedrijf dat al het intelligente en goede samenvoegt, begonnen in Utrecht en snel uitwaaierend door de Randstad en daarbuiten. Ongeveer 90% van de auto’s in Nederland staat 23 uur per dag stil, dat is nogal wat.
Veel mensen willen die vaste kosten omlaag brengen en de auto meer gebruiken.
Mensen, zoals ik, die geen eigen auto bezitten, hebben er wel vaak een nodig. Soms huur ik dan een auto bij een autoverhuurder om de hoek, ook prima, en duurder dan SnappCar.
Registreren is gratis, je maakt een profiel aan, vervolgens kijk je wie welke auto tegen welke dagprijs aanbiedt. Dan klik je dat aan en wanneer je verzoek gehonoreerd wordt, is na betaling de overeenkomst een feit en kun je de auto op de afgesproken dag ophalen en weer terugbrengen. Alles is geregeld: verzekeringen, pech-service en aansprakelijkheid.
Volgens mij is dit systeem zo’n beetje het meest handige van de voorbije jaren. Inmiddels heb ik er al twee keer dankbaar en tot volle tevredenheid gebruik van gemaakt.
Lang leve het delen!


Terug naar het blogarchief